Week 3: Het leven van anderen

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal.  Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal. Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Mijn buurman, hoe zal ik hem omschrijven Jac… Een wat gezette man, goede baan in de ICT, spijkerbroek, all stars, T-shirt, eeuwig een petje op zijn hoofd dat een gemillimeterd en wijkend kapsel verbergt. Fervent bezoeker van Lowlands, Torhout Werchter, Pinkpop en andere popfestivals. Computerfreak en frequent café bezoeker. Vriendelijk en hulpvaardig, maar ook teruggetrokken,. Zijn sociale leven fungeert als een rookgordijn dat een verlegen en onzekere persoonlijkheid verhult.

Gisteravond was hij nog bij me. Het ging goed met hem beweerde hij, terwijl hij mijn blik met een zekere schuwheid vermeed. We zetten samen een Liatorp in elkaar en hij haalde een schilderij van Chet Baker van de muur dat vanwege de komst van de boekenkast verplaatst moest worden. Hij dronk een biertje terwijl hij wat nerveus met zijn iPhone speelde en tussen slokken door berichtjes verstuurde. Ineens sprong hij op. Hij moest er vandoor. Voor hij de deur uitliep, zei hij op het schilderij wijzend: ‘Ga zelf nou niet klooien, ik neem van de week de boor bij mijn ouders mee en hang het schilderij voor je op.’

Zijn laatste woorden.

 

’s Avonds laat liep ik mijn dakterras op om een boek te pakken dat ik op tafel had laten liggen. Ik keek opzij en zag mijn buurman staan. Hij leunde tegen de deurpost van zijn woning, zijn hoofd steunde op zijn arm.
‘Alles goed’, vroeg ik.
Hij knikte en liep naar binnen. Twee kleine, half gevulde plastic zakjes liet hij buiten bij de voordeur staan. Dat deed hij wel vaker.

Mijn buurman vertrok de volgende ochtend zoals iedere ochtend. In zijn spijkerbroek, T-shirtje met zijn onafscheidelijke petje op zijn hoofd en de bijbehorende all stars aan zijn voeten. In zijn hand droeg hij de twee plastic tasjes en een sleutelbos. Hij zwaaide nog naar me. Achteraf denk ik dat hij nog hoop op een goede afloop had. Hij had op de valreep het geld bij elkaar gekregen, wilde zijn schuld inlossen en dacht die avond naar zijn woning terug te kunnen keren, zo bleek uit een telefoongesprek dat de deurwaarder later die ochtend en plein public met hem voerde. Het was te laat.
Zijn huis werd inmiddels zonder pardon leeggehaald. Stukje bij beetje kwam het leven van mijn buurman op straat te liggen waarbij bewoners ruimhartig werden geïnformeerd over het verborgen leven van de man die getergd door torenhoge schulden in het nauw gedreven was. Binnen een paar uur was zijn huis leeg. Totaal gestript. Alsof een plaag sprinkhanen was neergestreken en alles in een mum van tijd kaalgevreten had. Tot en met de houten vloer toe. Alleen een vogelhuisje, dat aan de buitenmuur hing, wist de dans te ontspringen. De weg naar dakloosheid is kort. Duurt om precies te zijn drie maanden. Zijn onverwachte uitzetting laat een spoor van verbijstering, droefenis en verslagenheid bij de bewoners achter. Die avond keek ik in de schemer naar de rondcirkelende vleermuizen. In mijn hoofd een vers van Lorca:

In de lucht zwaait Santiago

het slagzwaard van een nevelvlek.

Een zware, gebochelde stilte

viel uit de kromgetrokken hemel.

 

Je schrijfmaatje

 

Sjonge, Felice!

Gewoon naar je werk gaan terwijl je weet dat de deurwaarder je uit je huis gaat zetten wegens huurschulden. Prachtig voorbeeld van overspronggedrag! Heeft de gedragsbioloog Kortlandt onderzocht. Hij betrapte veel dieren op volslagen irrationele gedrag wanneer ze in levensgevaar verkeerden. Het meest bekende voorbeeld is dat van de kat die op zijn gemak zijn pootjes gaat schoonlikken terwijl er links en rechts een paar pitbulls grommend klaarstaan om hem te verscheuren. Vechten of vluchten, het maakt niks uit. En dan vervalt poeslief in een pose van zorgeloosheid. Een soort zelfbevriezing. In het gunstigste geval zou dit onverwachte gedrag de tegenstanders op het verkeerde been kunnen zetten. Een pokerspelletje van een prooi die hoopt dat de andere speler zich nog eens goed achter de oren krabt voordat misschien de straight flush op tafel komt. En misschien druipt de vijand wel af, in de veronderstelling dat hij iets hij over het hoofd heeft gezien.
Bij jouw buurman heeft dit overspronggedrag duidelijk niet geholpen. Tja, zijn drie maanden niet een beetje lang om dit uiterst concrete en ver van tevoren aangekondigde probleem te negeren? Ik kan me voorstellen dat je een paar dagen in shock zit als je merkt dat je banksaldo ook na maandelijkse nieuwe salarisbijschrijving nog steeds een minnetje vertoont. Maar drie maanden… dat komt in de buurt van voorbedachten rade.  Elke gemeente heeft tegenwoordig een afdeling schuldsanering o.i.d. In een strafzaak zou de rechter aan de verdachte vragen: ‘Waren er in dat tijdsbestek niet een paar momenten waarin u overdacht wat er zou gebeuren als u het erop aan liet komen?’
Oké, dat is rationeel gedacht. Waarschijnlijk zijn schaamte, onmacht of hoop op een lottoprijs zo krachtig dat jouw buurman verkrampte in plaats van actie te ondernemen.
Het meest effectieve geval van overspronggedrag hoorde ik trouwens ooit van een zekere Fred. Ik leerde hem kennen toen hij net was vrijgelaten uit de gevangenis. Hij had daar vastgezeten voor een kluiskraak bij V&D op het Velperplein. Vlak daarvoor had hij een bank in Den Bosch overvallen. Fred: ‘Mijn maat en ik gingen naar binnen en toen bleek dat ik mijn gun was vergeten. Gewoon thuis laten liggen. Maar we hadden al geschreeuwd dat dit een overval was.  Dus je kan niet terug om dat ding op te halen. In een opwelling steek ik mijn hand in mijn binnenzak, haal hem er weer uit en steek mijn wijsvinger naar de caissière. Die was zo zenuwachtig dat ze niet eens zag dat ik niks in mijn handen had. Ze houdt nog steeds vol dat het een gun was.  Oké, wij weg met de buit, maar ze hadden een alarm ingedrukt en we kregen al snel door dat de wouten het hele centrum hadden afgezet. We hebben toen gewoon de auto op een parkeerplaats aan de kant van de straat gezet en we zijn de krant gaan lezen. We zaten gewoon te wachten tot we zouden worden opgepakt. Maar het duurde en duurde en na een paar uur zijn we gewoon weggereden.’
Bij die V&D-kluiskraak een paar weken later ging het wél mis. Fred was druk aan het lassen toen er een verkeersongeluk op het Velperplein gebeurde. De sirenes bleven komen en gaan. Fred dacht dat híj de klos was en dit keer vluchtte hij wel in paniek. Met achterlating van de lasapparatuur en daarop zijn vingertjes. Dat leverde hem acht jaar lang een verblijf in diverse staatsinrichtingen op.
Ciao Felice, volgende week begin ik met dat juridisch dilemma dat ik je de vorige keer had beloofd! Je schrijfgabber, Jac.

Share
Twitter Facebook Instagram
blogs van felicita