Week 6: De stijl van katten

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal.  Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal. Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Felice, catwoman!

‘Stijl is het antwoord op alles… stijl is dé manier om iets saais of iets gevaarlijks aan te pakken. Het is beter iets saais te doen mét stijl dan iets gevaarlijks te doen zónder stijl. Iets gevaarlijks doen mét stijl, dat noem ik kunst. Stierenvechten kan kunst zijn, boksen kan kunst zijn, vrijen kan kunst zijn, een blikje sardientjes openen kan kunst zijn. Er zijn niet veel mensen die stijl hebben, er zijn er niet veel die stijl kunnen volhouden. Ik heb honden gezien die meer stijl hadden dan mensen, hoewel weinig honden stijl hebben. Katten hebben stijl in overvloed.
Aldus Ben Gazzara in de film ‘Tales of ordinary madness’. Daarin speelt hij Charles Bukowski, lurkend aan een fles sterke drank. Dat laatste zinnetje over katten achtervolgt me al meer dan vijfentwintig jaar.
Er zijn hondenmensen en kattenmensen. Ik ben van de katten. Honden zijn wat mij betreft op hun best wanneer ze als mobiele barretjes met een vaatje cognac om hun nek ingesneeuwde skiërs redden. Helaas komt dat in Nederland weinig voor, dus als ik geen vegetariër was, zou ik alle honden naar de kattenvoerfabriek sturen om ze daar – uiteraard pijnloos – te laten inblikken, zodat deze lopende strontfabriekjes onschuldige hardlopers niet meer in hun kuiten kunnen bijten. Jij springt nu samen met de helft van de lezers op: ‘En blindengeleidehonden dan?’
Ja, vergeet de hasjhonden niet, en de politiehonden en enzovoorts. Die dienstverlening reken ik tot de moderne dierenslavernij en die zal ooit worden afgeschaft. Terug naar de stijl van katten.
Als het om wraakacties gaat, zijn katten even inventief, doortastend en stijlvol als bedrogen echtgenoten. In dit geval gaat het over Keesje, ooit mijn lievelingskat (god hebbe zijn zieltje). Als het een mens was geweest was hij een probleemjongere met meervoudige gedragsstoornissen genoemd. In wezen was Keesje depressief maar hij maakte van zijn levenspijn een stilistisch hoogtepunt. Ik heb van alles uitgeprobeerd om hem gelukkiger te maken. Een mission impossible, he did it his way.  Met een inktzwarte humor.
Keesje was enig kind, totdat mamapoes een nakomertje kreeg. Dat halfbroertje vertoonde geen enkel teken van leven na de geboorte en mijn eigen (mensen)moeder stelde na een half uur voor dat katje maar door de wc te spoelen. Keesje bezag deze gang van zaken met veel genoegen. Hij had tot dan toe het rijk alleen gehad en dat wilde hij zo houden. Op het moment dat ik de doodgeborene opraapte, begon het diertje te piepen. Ik legde het aan de tepels van moederpoes en het werd uiteindelijk een doodgoeie kater die nog steeds leeft.
Keesje nam doeltreffend wraak. Ik had een paar weken eerder een gloednieuw Psion notebook gekocht, zo’n geavanceerd ding ter grootte van een goedgevulde portefeuille, en net zo prijzig. Ik liet hem nooit op mijn bureau liggen, ook nóóit geopend en al helemaal niet ingeschakeld. Alleen die middag bij de geboorte van dat nieuwe katje wel. Zodra Keesje in de gaten kreeg dat hij zijn leven (en mijn aandacht) zou moeten delen, sloop hij weg. In alle rust leegde hij zijn blaas op het toetsenbord van dat notebook, talloze kortsluitinkjes veroorzakend. Ik merkte het ’s avonds laat toen mijn vingertoppen aan de toetsen bleven plakken. Het scherm bleef zwart en zou nooit meer opgloeien.
Ik heb nog geprobeerd om de kosten van de verzekering terug te krijgen, maar de mevrouw van Centraal Beheer liet schaterend weten dat deze waterschade niet onder de dekking viel. Keesje had dat allemaal tot in de perfectie uitgedacht, Felice.

Je schrijfmaatje Jac.

PS Boksen, daar heb ik niks op tegen. Wie zichzelf vrijwillig aan gewelddadigheden onderwerpt die in het Wetboek van Strafrecht onder art. 300 t/m 306 vallen, moet het helemaal zelf weten. Met Bukowski’s verheffing van het stierengevecht tot kunst, heb ik meer moeite. Wie daarover rondbazuint dat het een cultuuruiting is, daag ik uit om zijn eigen huisdier de arena in te sturen en het door goedgetrainde mannen na een urenlang kat- en muisspel te laten afmaken.

 

 

Goedemiddag kattenvriend,

 

Ja, Catwoman. Zo zou je mij wel kunnen noemen. Ik deel niet alleen mijn huis met vier van die goddelijke wezens, maar ben ook nog eens in het jaar van de tijger geboren.

Liefde voor of verering van katten bestond duizenden jaren geleden al. De Egyptische Mau werd vierduizend jaar geleden als een god vereerd. Als een Mau overleed dan  moesten zijn menselijke familieleden hun wenkbrauwen afscheren. Het was een teken van rouw. De Mau werd gemummificeerd en begraven in de kattenpiramide van Bubastis, de stad waar de godin Bastet volgens Herodotos de mooiste tempel van Egypte bezat. In het land van 1001 nacht worden niet alleen katten maar ook de Saluki of de Sloughi als goden aanbeden. Deze ranke windhonden zijn van ongekende schoonheid, hebben gratie, klasse en stijl.

Ik zal nooit de documentaire vergeten waarin een Arabische sjeik aangedaan vertelde dat hij iedere dag opnieuw tot tranen geroerd was als hij zijn Sloughi door de woestijn zag rennen. Hij noemde zijn hond in het Nederlands vertaald: ‘Rent met de wind’, pure poëzie! De lofzang gaat verder. In de documentaire: ‘The hunting hounds of Arabia’, sprak een voice-over de volgende woorden: ‘In het zachte zand van de woestijn zijn vele oude tradities verloren gegaan. Het zijn de geesten van honden die als de wind door de woestijn renden, die ooit dansten met leven en magie, die ons een van de grootste wereldculturen toefluisteren.’ Het zal je niet verbazen dat de snelle, ranke, maar ook slimme schoonheden een status aparte hebben binnen de Islamitische cultuur. De Arabische woestijnwezens zijn een geschenk van Allah en worden ernaar behandeld.

Ik behandel mijn eigen katten net zo en geniet van hun eigenzinnige en temperamentvolle karakters. Ze hebben stijl mijn katten, jazeker! Die van jou ook trouwens. Hoewel, depri Keesje ging wel ver met zijn repressieve maatregelen. Duidelijk, dat was hij wel! Mijn katten zijn geen eenlingen, ze leven in een roedel. Het is een misvatting dat katten solitaire wezens zijn. Ze leven het liefst in groepsverband, maar gaan binnen de groep graag hun eigen gang. Heel herkenbaar. Zowel voor mijzelf als mijn huisgenoten.

Misschien herinner je je nog mijn kleine blonde prins? Mijn Flavio was een echte schrijfkat. Hij zat altijd op mijn werktafel, pal naast mijn computer. Als hij iets wilde, maar naar zijn maatstaven niet snel genoeg bediend werd, liet hij zijn ongenoegen blijken door razendsnel over mijn toetsenbord te rennen. Hij drukte daarbij met uiterste precisie een paar toetsen in waardoor het beeld plotseling op zijn kop stond. Flavio, mijn kleine blonde prins, is niet meer. Hij is, zoals vriend en collega Aristide von Bienenfeldt het zo mooi verwoordt, verhuisd naar het land waar de verhalen verteld worden. Ik heb er ooit over geschreven en citeerde daarbij Antoine De Saint-Exupery: ‘Dit is voor mij het mooiste, maar ook droevigste landschap ter wereld. Dit is de plek waar de kleine prins op aarde verscheen en ook weer verdwenen is.’ Het verwoordde destijds exact mijn gevoelens. Ik heb mijn wenkbrauwen na zijn dood niet afgeschoren. Wel schonk ik mijn kleine blonde prins een waardige begrafenis. Geen enkele reis veevoerstapel, inblikfabricage voor hondenvoer of laatste gang door het riool. Hij rust op een mooie, feeërieke plek. Flavio waardig. Maar het liefst had ik hem laten bijzetten in de kattenpiramide van Bubastis.

 

Ciaomiauw schrijfgabber! Op Bukowski en boksen kom ik nog wel een keer terug.

Tot volgende week!

Share
Twitter Facebook Instagram
blogs van felicita