Week 12: Over lookalikes, aannames en andere dwalingen

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal.  Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Felicita Vos en Jac. Toes zullen elkaar twaalf zaterdagen lang bestoken met alles wat hun opvalt, wat hen prikkelt, razend maakt, tot tranen beweegt of anderszins beroert in Arnhem en de rest van het heelal. Om en om geeft de een de voorzet, waarna de ander de bal ofwel in het open doel knalt, ofwel de opgelegde kans magistraal verprutst. Maar altijd met stijl en onaangetaste slagkracht.

Felice, Felice!

De anekdote stamt uit 2004. Ik at met mijn vrouw in een Turks restaurant in Nijmegen. Mijn vrouw had een chique jurkje aan, ik droeg een fijn kostuum (naar de tangosalon geweest) en mijn gladgeschoren kop glom als een bolder op de Rijnkade. Aan een andere tafel zat een stel Turkse jongens. Een van hen ging de volgende dag trouwen, bleek uit hun opgewonden kreten. Dolle pret daar dus. Tot ze mij in de gaten kregen.
‘Hé, ben jij Pim Fortuyn?’ vroeg er één.  
Wisten die jongens niet meer dat Pim Fortuyn al jaren daarvoor was vermoord of waren ze erop uit om hun onvrede met Fortuyns gedachtegoed op een lookalike af te reageren, zij het postuum?
‘Nee, ik ben Pim Fortuyn niet.’
Ik zei het met een afstandelijke toon.
Een van de jongens wierp een blik op mijn vrouw en wees op mijn trouwring: ‘Kan ook niet, man, want jij bent helemaal geen homo!’
Humor dus. Misschien niet van de allersubtielste soort maar die jongens waren gewoon aan het geinen. Waarom schatte ik dat anders in? Die jongens waren immers bezig met een bachelor’s party. Is dit nu een voorbeeld van onze steeds spastischer wordende omgang met allochtonen? Dat je eerder grimmigheid dan grappen verwacht? Dat je hoe dan ook het slachtoffer bent van je eigen vooroordelen? Een paar maanden eerder namelijk was ik in een verpleegtehuis en daar had de – witte – verpleger eenzelfde opmerking voor me in petto.
“Hé, Pimmetje!’
Tóen antwoordde ik iets in de trant van: ‘Nee, dat is mijn neefje, het zwarte schaap. Hij is helemaal verkeerd terechtgekomen.’
Een eyeopener van eigen dwaalwegen. En het bewijst dat we alert moeten zijn op krachten en personen die jou en mij deze dwaalwegen als de juiste weg voorhouden. Daarover: op het moment dat deze columnbrief de lucht in gaat, wordt in de Rijnhal door  het CDA-congres gediscussieerd over deelname aan het Wildersregime. En over anderhalve week begint ook het sprookjesfestival in Arnhem. Wat zou mooier zijn als we die evenementen samenvoegen? Per slot zijn het allemaal christenen daar in de Rijnhal en die zijn wel gewend aan sprookjes, of in ieder geval aan magische verschijnselen. Felice, we hebben het dozijn columnbrieven vol gemaakt en wat het effect is geweest, geen idee. Maar laten we hoog inzetten: ik eindig met een oproep aan de Heilige Geest op om nóg eens af te dalen, dit keer naar Arnhem-Zuid om de gelovigen daar effe door elkaar te schudden voordat ze op het knopje van hun stemkastje drukken. Zodat vanavond het goede nieuws luidt dat het CDA-congres heeft besloten op het rechte pad terug te keren.

Ha Jac,

Ja, dit is voorlopig de laatste columnbrief die we elkaar op Arnhem Direct schrijven.
Sommigen waren inderdaad te lang, te filosofisch, bevatten hier en daar een spelfoutje, maar al met al was het voor mij een interessante mini-expeditie door de uitgestrekte landschappen van onze universa.

Lookalikes, wat zal ik erover zeggen? Jij wordt vergeleken met Pim Fortuyn, ik met Cher. De één een homo, de ander een homo icoon. Voor ons beiden een zeer oppervlakkige vergelijking die, als je goed kijkt, behoorlijk mank gaat.
Waar komt dat toch vandaan die behoefte om mensen met een al dan niet passend etiketje in een hokje te stoppen?
Weet jij het?

Of jouw voorbeeld illustratief is voor de steeds spastischer omgang met allochtonen, weet ik niet. Het zegt wel iets over jouw denkkader. Jij koppelt een grap van Turkse jongens aan agressie en gevaar. Daarmee ben je inderdaad het slachtoffer van je eigen vooroordelen. We maken ons er allemaal in meer of mindere mate schuldig aan. Ik zat ooit in de trein op weg naar het zuiden van Frankrijk. Onderweg, op een Nederlands station, stapten twee bouwvakkers in. Althans zo zagen ze eruit. Ze droegen werkmanskleding en hadden een leren riem om waar gereedschap in gestoken zat. Beide onheilsgoden gingen tegenover mij zitten, dronken bier uit een blikje en begonnen me al snel voor van alles en nog wat uit te maken. Dat ging van: ‘Je moet je haar blonderen kutwijf’ tot: ‘Ze hadden je moeten vergassen smerige, zwarte kankerhoer.’ Ik wist niet zo goed hoe ik moest reageren. Inwendig kookte ik, maar je snapt dat ik niet nog meer olie op het inmiddels niet meer smeulende vuur van beide “heren” wilde gooien.
Ik was nog een jong meisje en verwachtte hulp van mijn medepassagiers. Maar de Nederlandse mensen die naast me zaten, deden net alsof er niets aan de hand was. Terwijl de twee bruten steeds gewelddadiger werden, lazen ze braaf hun krant, boek of keken ze met een beschaafde uitdrukking op het gezicht het raam uit. Net voor een van de twee me met een hamer op mijn kop wilde tikken, kwam een Turkse man vanuit een andere coupé toegesneld om me te redden van iets dat je een poging tot doodslag zou kunnen noemen.
Enfin, ik heb het dankzij de moedige Turkse man overleefd.
Jouw brief lezend, besef ik opnieuw dat er veel aannames zijn die agressie en ongewenst gedrag aan etniciteit koppelen. Het is een variant op het hokjesdenken die dus ook regelmatig scheef gaat. Ik houd er niet zo van om over Turken, Marokkanen, Roma, Duitsers of weet ik wat te praten. Wat maakt het uit waar je wieg heeft gestaan of wat voor een kleur je hebt. Het gaat erom hoe je als mens in elkaar steekt. En het mens-zijn is wat wij, ongeacht huidskleur of etniciteit met elkaar gemeen hebben. Deze overpeinzing deed me denken aan een uitspraak van de Dalai Lama. Hij zegt daarover namelijk: ‘Overal waar ik mensen tegenkom, heb ik het gevoel dat ik een ander mens ontmoet, net als ik. Ik heb ontdekt dat het veel makkelijker is om op dat niveau met anderen te communiceren. Als we specifieke kenmerken benadrukken, zoals: ik ben Tibetaan of ik ben boeddhist, dan zijn er verschillen. Maar die dingen komen op de tweede plaats. Als we de verschillen buiten beschouwing kunnen laten, denk ik dat we makkelijk kunnen communiceren, ideeën uitwisselen en ervaringen delen.’
Een mooie gedachte die ik graag onderschrijf. Ik hoop dat iets ervan zal neerdalen op Lila 1. En nu Jac., nu leun ik achterover in mijn stoel, wens ik net als jij vurig dat de Heilige Geest de Christen Democraten zal aanraken, mijmer ik nog wat na over Beckett’s schrijfmotto en andere beschouwingen om me vervolgens over te geven aan de zen van het thee zetten.
Want ook in een kopje thee weerspiegelt zich een heel leven.

Ciao gabber tot snel!

Felicita

Share
Twitter Facebook Instagram
blogs van felicita