Levenslang

columnfotoEen paar weken geleden las ik een artikel in De Volkskrant over Oskar Gröning ofwel de boekhouder van Auschwitz. Hij is medeplichtig aan de moord op tenminste 300.000 Joden in het vernietigingskamp. Tussen mei en juli 1944 arriveerden 425.000 Hongaarse Joden in Auschwitz, 300.000 van hen werd rechtstreeks de gaskamers in getransporteerd. Gröning stond op het perron waar de gedeporteerden aankwamen. Ik las dat het zijn taak was om de koffers af te voeren en erop toezag dat bloed en braaksel van het perron geveegd werden. Het zou immers alleen maar paniek zaaien onder de volgende lading met slachtoffers.

‘Ik zag alles, de gaskamers, de crematies, het selectieproces. Anderhalf miljoen Joden zijn in Auschwitz vermoord, ik was erbij.’ En:’ ik hoorde het geschreeuw uit de gaskamers.’

Tien jaar geleden bezocht ik het vernietigingskamp waar Joden en Zigeuners zoals de Sinti en Roma genoemd werden, massaal uitgeroeid werden. Het is vroeg in de ochtend als ik samen met mijn zus door de Joodse wijk van Krakau loop. We zijn op weg naar Szeroka 20. Op de hoek bij hotel Ester stopt de bus die ons naar Auschwitz zal brengen. Het is nog een beetje nevelig, maar de warmte van de zon lijkt het te gaan winnen van de bedompte en licht deprimerende sfeer die de wijk ademt. Zo nu en dan denk ik uit het niets een jongen te zien opdoemen, gehuld in een taliet, een traditionele Joodse gebedssjaal. Als de bus vertrekt, merk ik pas hoe gespannen ik ben. Mijn gedachten zijn bij de mensen die deze reis lang vóór ons maakten. De bus met passagiers voelt als een misplaatst schoolreisje. Intussen lacht de net overleden paus Johannes Paulus II ons vanaf grote bilboards en posters toe. Hij zal ons blijven vergezellen op deze reis.

Eenmaal op weg krijgen we een videofilm te zien. De stilte wordt hier en daar verbroken door een snik van een medepassagier. Het lijkt zelfs de paus teveel te worden, want hoe dichter we Auschwitz naderen hoe minder je hem ziet, tot hij in het niets lijkt op te lossen. Maar dan staan we oog in oog met het verleden. De zon staat hoog aan de hemel en voor de ingang van het Staatsmuseum zitten mensen op een bankje in het gras koffie te drinken en gezellig met elkaar te praten. Het is een verraderlijk beeld. Hier liepen gedeporteerden ooit door de poorten van de hel, waarna ze hun identiteit verloren en een nummer werden.

We kennen allemaal de beelden van de stapels schoenen, de koffers –waarvan een aantal waarschijnlijk door de handen van de boekhouder gesorteerd en afgevoerd is- en de berg vrouwen haren. Achter ieder paar schoenen, iedere koffer, gaat een verhaal schuil. De lange haren, grijs van stress, Zyklon B, het gas dat miljoenen de dood injaagde.

‘Zijn jullie ook Joden’, vraagt een van de mannen uit de bus. Ik schud mijn hoofd.

‘Sinti, Roma, of Joden, het maakt niet uit. We delen een gezamenlijke geschiedenis’, zegt hij als ik hem over onze afkomst vertel.

De man bezoekt het vernietigingskamp voor zijn moeder. Zelf is ze niet sterk genoeg meer. Hij is gekomen om personen in de naamboeken op te zoeken. Slechts een paar uur later lezen wij zelf namen van omgekomen familieleden. Het is onwerkelijk. We vertrekken naar Birkenau. Daar val ik stil als we de spoorlijn passeren waarover gedeporteerden direct naar de gaskamers werden vervoerd. We proberen ons voor te stellen wat het betekende dat iedere twintig minuten een nieuwe groep mensen in de gaskamer werd vermoord. Vlak daarvoor werd ons verteld dat mensen naakt in de vrieskou negentien uur moesten wachten tot zij aan de beurt waren voor hun fatale douche. Doordat de crematoria en gaskamers vlak achter het kamp lagen, waren de gevangen zich dag en nacht bewust van de doodsdreiging. De lucht moet vierentwintig uur per dag gevuld zijn geweest met de geur van de dood en van verbrande lijken. Nu, zeventig jaar na dato, staat de drieënnegentig jarige boekhouder terecht. ‘Als hij wordt veroordeeld’, schrijft Rolf Bos in de eerder genoemde krant, ‘wacht hem gezien zijn leeftijd waarschijnlijk een voorwaardelijke vrijheidsstraf.’

Het contrast is grauw en meedogenloos. Zij die overleefden, kregen levenslang.

 

Share
Twitter Facebook Instagram
blogs van felicita