Muzen

columnfoto

Homerus begint de Ilias en Odyssee met het aanroepen van een muze. Ook William Shakespeare en John Milton riepen de dochters van Zeus en Mnemosyne aan. Soms zelfs met enige vertwijfeling omdat de muzen het lieten afweten of simpelweg geen zin hadden om hen inspirerende woorden in te fluisteren.

Nee, er bestaat niet zoiets als een vacaturesite of database voor Muzen. Je wordt gevonden, uitverkoren en geeft al dan niet bewust gehoor aan de roep van een schepper van kunst. Ik werd mij daarvan bewust op het moment dat de roman De zus die Anna Magnani niet was mij in een opmerkelijke doos bezorgd werd. Daarin vond ik een witte Camelia vergezeld van een kaart waarop in hanenpoten gekrabbeld stond: ‘Muzen zijn de Feeën van de mensenwereld. Blader snel naar pagina…’ En daar stond het zwart op wit. Met die eervolle vermelding maakte hij mij als zijn muze in één klap onsterfelijk. Ik was niet de enige, hij had maar liefst drie Griekse godinnen met inspirerende krachten tot de zijne gebombardeerd. Desalniettemin voelde de romantica in mij zich vereerd. Het is natuurlijk fantastisch als je iemand tot inspiratiebron kunt zijn en de drang om kunst te scheppen in hem aanwakkert. Een bron waarvan je hoopt dat die niet opdroogt omdat, in dit geval, zijn literaire sporen zoveel nalaten. Het lied dat ik voor hem zong is inmiddels verstomd. Opgedroogd door het lot. ‘Heeft men een goed boek uitgelezen, dan is het alsof men van een goede vriend afscheid neemt’, gaf hij ons in zijn laatste schrijven mee. Mijn vriend, schrijver Aristide von Bienefeldt is, zoals hij het zelf graag noemde, verhuisd naar het land waar de verhalen wonen. En wie weet fluistert hij mij vanuit dat verre oord verhalen in. Verhalen die niet verteld kunnen worden als zijn woorden niet in mij mogen neerdalen.

 

Share
Twitter Facebook Instagram
blogs van felicita